Een psychologische benadering van Johannes Wardenier

Tekening gemaakt tijdens zijn opname in Groningen.

Het was Drs. G. van der Woude(psycholoog) die in 1995 zijn relaas deed op Johannes Wardenier. Hij beschrijft de situatie met veel woorden die ik graag publiceer. Namelijk;

Technisch gezien ligt het slagen of falen van een nieuwe uitvinding ver uit elkaar. Waar hangt dat vanaf? Van het zetten van de laatste beslissende stap in de goede richting? Van de mogelijkheid of de onmogelijkheid vanwege natuurwetten van het bedoelde resultaat? Van het goed gebruik maken van bestaande kennis en ervaring?

Dat iets 'onbereikbaar'is, niet kan, is tijdens het zoekproces niet meer dan een onbewezen stelling, vooral als de bewijsvoering die van toepassing is nogal ontoegankelijk is.

De uitvinder zelf gaat ervan uitdat het van zijn inventiviteit afhangt, van het vinden van de gelukkige combinatie van deeloplossingen, van zijn ijver, zijn doorzetten, van het steeds opnieuw proberen.

In het algemeen kan in dit verband waarde worden toegekend worden aan de motivatie, de kritische zin, het inzicht, de realistische fantasie, de mate waarin men bestand is tegen de bijhorende onzekerheid en de organisatie van de eigen vermogen.

Speelt het toeval, de geluksfactor een rol? Naar mening van Drs. G. van der Woude wel.

Dan terug naar de hoofdrol speler Johannes Wardenier en 1934. Het lijkt redelijk dat Johannes een mate van zelfkennis had over motoren al als jongeling. Doordat hij voortdurend bezig was met techniek en motoren meende hij ook iets bijzonders te hebben gemaakt wat uniek zou zijn in de wereld.

Wanneer men als buitenstaander afstand neemt, dan komt naar voren dat Wardenier in de technische sfeer vooral op twee punten goed was. In de eerste plaats waren zijn kwaliteiten over relavante kennis en vaardigheden voldoende. Hij zal ook een persoon zijn geweest die met zijn eigen ogen moest kunnen zien wat z'n handen deden. Zoals velen voelde ook Johannes zich erg thuis op gebieden die zich ervoor leenden.

De tweede sterke punt die hij zeker had was dat hij of geen leerder was maar een groot doener. Het vermogen om technische invulling te geven laat zien dat hij creatief was met oplossingen die nooit door afgestudeerden van een TU worden gedeeld. Zijn handen en inzichten waren goudwaard.

Zijn doelstelling om een 'brandstofloze motor' te ontwikkelen was fantastisch, ook een dien model voor de mensheid en aarde. Dat het niet natuurwetenschappelijk realistisch was kon hij alsnog bogen op een veel zuinige brandstof motor. Ook dat was al een geweldige opgave in die tijden.

Hij, Johannes Wardenier, had de pech om een zulk moeilijke opgave te bereiken waarin hij niet de tijd en ook niet de waardering kreeg.

Als de jongste van tien kinderen zat hij in het gezin Jan Wardenier best wel apart zijn behandeld, niet ten nadele in ieder geval. Wel het overlijden van zijn moeder toen hij nog een kleuter was zal veel impact hebben gegeven op de toen kleine Johannes. Hij werd ontzien door zijn vader en stief moeder, zo ook door zijn oudere broers en zussen.

Gezien zijn afkomst, waar hij woonde, de gemeenschap (buurt) en relatieve armoede moet hij zich in 'het land van de blinden een eenoog Koning hebben gevoeld die op zijn fiets overal naar toe fietste voor materialen, bezoekjes bij bedrijven en vakbladen lezen.

Uiteindelijk stond zijn prakje en schone onderbroek elke dag klaar, daar had hij geen zorgen over schijnbaar.

Toen hij in 1934 een enorme vlucht naar voren maakte waarin hij als boerenzoon 'hogere heren en dames' ontmoette, wist hij in dat wereldje zich redelijk goed staande te houden. Opvallend is ook hoe een terug getrokken jongeman zich staande hield in persconferenties en demonstraties. Hij had enig bruikbare advies van wethouder Muurling en de familie Heide, waar hij enige tijd woonde.

Hij wist uitermate betrouwbaar over te komen en was op sociaal gebied zeker niet dom te noemen. Voor iemand waarvan gezegd wordt dat hij 'te dom was voor een ambachtsschool' is dat onwaar gebleken. Zeker het cynisme bij menige in zijn omgeving laat alleen maar weer zien hoe de verhoudingen lagen.

Doordat Johannes Wardenier betrouwbaar overkwam, kon hij A gebruiken om naar B te komen. De hoop was dat hij toch technisch in succes kwam. Je moet niet vergeten dat hij kon lezen en schrijven en dat hij regelmatig vakbladen inzag, op bezoek ging bij andere bedrijven op jonge leeftijd. Een technisch 'wonder boy' was hij zeker.

Zijn bijzondere positie die hij plots kreeg in 1934 als uitvinder was een status. Hij betekende wat toen ook, omdat hij bepalend was voor de gemeenschap als een soort 'hoop' of 'bevrijder' in de malaise van toen.

De persconferentie van 1934(november)heeft voor hem in eerste instantie ook het aantrekkelijke van het romantische gehad, alleen het effect er van heeft hij niet kunnen voorzien, logisch. Toen bleek de schaal waarop hij acteerde en opereerde te groot was, kon hij geen overzicht bewaren in werkelijkheid en fantasie. Mede door de 'grotere belangen' en druk op het gemeente bestuur(wethouder en burgemeester) moest hij verdwijnen van het toneel.

Wolvega kreeg zoveel belangstelling dat dit voor de hele bevolking een soort tsunami was.

Uiteindelijk dacht Johannes Wardenier 'de brandstofloze motor' binnen zijn bereik te hebben. De aandacht, aanbiedingen, pers etc. steunde uiteraard zijn gedachte.

Het feit dat sommigen hem als een zielige fantast hebben afgeschilderd doet hem tekort. Ook de opname toen in Groningen bracht niets aan het licht dat hij ernstige tekortkomingen had. Het woordje 'fantasie' kom je wel vaker langs komen, maar alleen al de technische vernuft die hij had en in zijn jonge jaren al liet zien dat het niet om een 'fantast' ging.

Hij bedoelde het ook niet slecht ondanks dat hij later uit frustratie ook streken uit haalde en af en toe aan het jokken was.

Hij had duidelijk het tij niet mee in die tijden van 1934-1960. Aan moed geen gebrek bij Johannes.

Aldus;

Willibrordus van der Weide