Johannes Wardenier zou als kind hoog begaafd zijn geweest als je ons onderwijs mag geloven. Destijds werd hij weggezet als een 'gek' of 'krankzinnig' zelfs.

Een technische benadering

Techniek, Talent & Energie 

De Hanzehogeschool uit Groningen heeft als doelstelling anno 2019 :

Energie wordt voor de leerlingen als een spannend, tastbaar en levend onderwerp gebracht.

De kinderen komen in aanraking met de verschillende aspecten van energie: Van energie in je lijf, stroomkringen, energie van de zon, magnetisme en duurzaam gebruik van energie, tot de manier waarop het energiedistributienetwerk in ons land is vormgegeven. 

Het programma, dat toepasbaar is in diverse schooltypen en in combinatieklassen, sluit aan bij het wetenschap- en techniekonderwijs, vervangt een deel van het huidige curriculum en sluit aan bij de kerndoelen. Onderwijskundige uitgangspunten zijn het onderzoekend en ontwerpend leren en de talentontwikkeling van kinderen.

TT&E daagt leerlingen uit met oplossingen te komen, wordt verbonden met emotie en voorzien van opdrachten waarbij zaken als spelend leren en zelf ervaren aan de orde zijn......aldus een lange uitleg van deze Hoge School te Groningen. Johannes Wardenier moest na de inspiratieloze lagere school reeds aan het werk.....als 12 jarige.

Het was een zekere Ir. W.J. Pars die een technische uitleg gaf over de uitvindingen van Johannes Wardenier in 1995.

Hij beschrijft Johannes Wardenier als een technisch handige jongen die theoretisch weinig onderlegd was volgens Ir. W.J. Pars.

Terug komende op deze Ir. Pars is deze opmerking best wel triest, zelf had hij de TU gedaan in Delft dankzij zijn rijke ouders. Nooit heeft hij een uitvinding gedaan laat staan iets baanbrekends te brengen... Zo zijn er wel meer personen geweest die graag een mening gaven over Johannes Wardenier zijn kwaliteiten en dat bezagen vanuit hun eigen bril, belangen en opleidingen.

Wardenier was een jongen die geloofde wat hij zag, dus aan hem was geen thermodynamica, zwaartekracht(onzin) en vele natuurkunde gezwam. Wardenier dacht in termijnen van weken of maanden om zijn uitvindingen te maken, iets wat onlogisch is gezien de vele uitdagingen en proef draaien ervan. Dit zagen we bijvoorbeeld met zijn beroemde beschuit machine in het gehucht Tuk(Steenwijk), uiteindelijk werkte het niet afdoende.

Het is natuurlijk achteraf jammer dat deze Wardenier zo weinig ondersteuning kreeg van zijn omgeving vooral. Vooral de malaise van die tijden zullen mensen zich bezig hebben gehouden met puur overleven. Personen bij een Shell als de latere premier Colijn hadden zulke riante salarissen toen al dat deze figuren samen met het almachtige Koningshuis alleen maar bezig waren met hun carrière. Dat de wethouder Willem Muurling onze uitvinder echt hielp, verdient een standbeeld in Wolvega, maar ook die werd, verguist.

Wardenier was ook wantrouwend gezien zijn reacties naar theoretisch geschoolden. Opmerkelijk is een uitspraak van een consulent van de rijksoverheidsdienstdat er een kans is van een paar procenten dat het Wardenier principe, het bedoelde principe was waar knappe koppen al jaren naar op zoek waren.... Deze consulent had al ook de beschuit machine van Wardenier aanschouwt en werd door de burgemeester E. Maas gevraagd. Later zien we deze consulent nooit meer terug, ook opmerkelijk.

Om te weten in welke richting we de technische vindingen moeten zoeken is het goed om Wardenier zijn eigen uitspraken op een rij te zetten. Ook van anderen uit zijn omgeving toen.

Wardenier zelf:

De vinding zal een grote ommekeer op motorisch gebied veroorzaken, de motor kan drie maanden achtereen draaien zonder dat de drijfkracht bijgevuld moet te worden, de motor is voor inbouw in auto's en vrachtauto's(en bussen). De motor kan weken dag en nacht draaien op F 25,= aan drijfkracht, ook heeft de motor Italiaanse poeder nodig (ijzer oxidatie).

In het bijschrift van een tekening van zijn hand wordt gesproken van een luchttank, van samen geperste lucht, van twee of vier cilinders . De twee of vier schuifkasten en van het heen en weer gaan van lucht tussen de cilinders.

Uit zijn omgeving:

Lucht speelt een belangrijke rol; weinig energie(benzine) nodig. Wardenier benaderde een machine fabriek in Meppel met een luchtmotor, de motor is te vergelijken met een locomotief; in plaats van stoom komt lucht, de samengeperste lucht, die kracht levert, ontvlood niet maar kon veel langer worden gebruikt en gewilde eerst na geruime tijd te worden bijgevuld.

De opsomming van uitspraken laat duidelijk zien dat de vinding moet slaan op een motor. Minder duidelijk is of er nu brandstof wordt verbruikt of niet. Wardenier spreekt over 'drijfkracht'. Drijfkracht slaat op een perslucht motor. Als er toch gebruik wordt gemaakt van benzine is dit in de opstart fase van de motor of om geperste lucht aan te maken met een tweede klassieke motor erbij als compressor.

Beperken we ons tot de Perslucht motor' dan is de intrigerende vraag; waaruit bestond deze uitvinding?

De  persluchttechniek was niet uniek in Wardenier zijn tijd. In mijnen werden locomotieven ermee uitgerust. Ook liepen er trams rond 1900 in Parijs ermee. Het probleem met 'persluchtmotoren de enorme hoeveelheid aan meegevoerde opslag tanks. Het is volumineus en zwaar. Daarbij is het rendement ook lager dan bij benzine en diesel motoren. Bekijken we het hele traject van compressie tot beweging van het voertuig, en nemen we aan dat de compressor elektrisch wordt aangedreven, dan komt er maar hooguit 20% van de energie in de elektriciteit terug in de beweging van het voertuig. Dat was toen in Wardenier zijn tijd en nu nog.

De mogelijke unieke bijdragen die Wardenier leverde in 1934 was dat hij een betere benutting had van perslucht dan bestaande motoren toen. Uit een schets van Wardenier met bijschrift valt op te maken dat Wardenier lucht in twee stappen afwisselend liet expanderen en comprimeren. Bij de expansie zal ongeveer de buitenluchtdruk zijn bereikt, zodat lucht hier zonder verlies geloosd kon worden. De constructie veroorloofde zo een zuinig gebruik van de energie in de perslucht.

Bij Wardenier moet de oplossing zoeken in een simpele constructie. Gezien zijn ervaring met perslucht kan hij zijn gestuit op een keuze waarbij hete lucht bij omgevingsdruk wordt ingezogen en vervolgens aan expansie en compressie worden onderworpen. Er kan dan een atmosferische machine ontstaan, waarbij de buitenluchtdruk warmte omzet in kracht.

De stelling dat Philips het principe Wardenier overnam, is erg lastig, omdat Philips afweek en verder ging met het "Stirling hete lucht motor", iets wat Philips eerst niet deed tot 1945. Op 1935 heeft de Natlab medewerker Ir. H. Rinia(Philips) een demonstratie van Wardenier gezien in Utrecht.

Wardenier zag zijn uitvinding zelf al in auto's, bussen en vrachtauto's ...de actie radius zal klein zijn en te vergelijken met elektrisch rijden. Ook het vermogen van de motorvoertuigen lijkt minder te worden dan met klassieke benzine en diesel motoren. Buitensporige perslucht tanks moet je niet willen en dus dacht Wardenier om een kringloop proces te verkrijgen waarmee de tanks met 15 Bar steeds op druk werden gehouden voor voldoende geperste lucht te brengen naar de cilinders.

Je zou het als een hommage aan Wardenier kunnen zien dat zijn 'Wardenier Automobiel" er nog eens kwam(Zie Wardenier Automobiel Pagina)

Aldus;

Willibrordus van der Weide

Het is 1974 en we denken na over de 'Wardenier Motor' , een autoloze zondag. De olie crisis sloeg toe iets wat ik zelf ook nog als kind heb ervaren in Bolsward. Voetballen op de autoweg, wel leuk.