Bij gebrek aan diesel reed men op gas....

oktober 1939

1934 - 1960 Brandstof crisis

Nadat de affaire of kwestie Wardenier aardig bekoeld was in 1936 kwam er de dreiging van een oorlog op ons landje. Nadat Duitsland reageerde op 'agressie' van Poolse zijde viel het op 01 september 1939 dit land binnen. Opmerkelijk was dat toen er een directe in beslag name kwam van brandstoffen. Nederland werd in mei 1940 binnen betreden door de Duitse buren. Vrij snel was in Nederland de benzine en diesel op rantsoen. Zelfs in Oktober 1939 kregen we te maken met de eerste "auto vrije zondagen".

In 1939 leverde benzine en diesel rijden de staatskas een slordige 70.000.000 gulden op. Bedenk in die tijd dat de inkomsten belasting 90.000.000 was en de btw een 75.000.000.

In die tijden dacht men nog wel eens terug aan Johannes Wardenier. Hoe dan ook Wardenier werd niet meer gevraagd en was afgedaan door de Nederlandse Staat.

De eerste autoloze zondag;

De allereerste keer dat er een autoloze zondag werd ingevoerd was op 1 oktober 1939. Het verbod op gebruik maken van gemotoriseerd vervoer had te maken met de opkomende Tweede Wereldoorlog. Alhoewel Nederland daar nog geen deel van uitmaakte was de Nederlandse regering bang dat er schaarste van brandstoffen zou komen en laste daarom een auto vrije dag in. In Frankrijk en Duitsland was tenslotte ook al sprake van benzinetekort.

Tijdens de controles deed de politie een verrassende constatering; nog niet eerder waren er zoveel mensen aangehouden die aangaven arts te zijn. Hulpdiensten kregen namelijk uitstel van het rijverbod. Ook dachten veel militairen dat er voor hun een uitzondering werd gemaakt. Ze kwamen van een koude kermis thuis. Pas nadat bleek dat er genoeg benzine geleverd kon worden en de Nederlandse regering de peut op de bon had gegooid, werd met ingang van 19 november 1939 het rijverbod weer opgeheven.

De tijden van 1939-1946 ; 

2 vervoerbedrijven met dezelfde problematiek. Eerst zien we de HTM Kromhout met wagenparknummer 138. Deze wagen past helemaal bij het onderwerp van deze brief omdat deze wagen stamt uit 1941. Het bijzondere is hierbij natuurlijk de aanhanger waarop een houtgasgenerator staat. Hierin kon men zowel kolen als hout kwijt. In de oorlog was dit nodig vanwege gebrek aan dieselolie. Er zaten nogal wat haken en ogen aan deze omschakeling zoals opslag van boomstammen en chauffeurs moesten er een bijbaan op na houden als houthakker.

"Bovendien moesten de zuigers van de autobusmotoren worden verkleind om de compressieverhouding te verlagen. De brandstofverstuivers werden verwijderd en bougies werden aangebracht. Het starten gebeurde door eerste een elektrisch aangedreven pompje aan te zetten dat zich onder de chauffeursstoel bevond en dat voor de trek zorgde om het houtskoolvuurtje aan te blazen. Zodra het vuurtje flink was aangewakkerd begon het vergassingsproces langzaam op gang te komen als gevolg van verhitting van de brandstoflading. Dit gas stroomde vervolgens via cycloon en koeler door dezelfde aanzuigleiding via een 3-weg-kraan, die zich ter hoogte van de bestuurder bevond, richting motor. Alvorens het gas in de motor werd toegelaten, werd dit door de bestuurder op kwaliteit getest. Met behulp van de 3-weg-kraan was het mogelijk het gas eerst door een klein buisje buiten de bus te brengen waar het met een speciale lange en daardoor veilig geachte lucifer door de chauffeur kon worden aangestoken. Als hij de kwaliteit goed beoordeelde zette hij de 3-weg-kraan om en startte de motor via de accu. Ging de motor tijdens de rit slechter lopen dan opende hij het deksel van de vergasser en roerde dan met een stalen staaf in de brandstof hetgeen doorgaans tot een beter resultaat leidde."

Ook in 1946 was brandstof weer schaars te verkrijgen in Nederland en mochten er op zondag geen plezierritjes worden gemaakt met gemotoriseerde voertuigen. Had je geen vergunning om te rijden dan mocht je de auto aan de kant van de weg parkeren en verder gaan lopen. Polygoon maakte er het onderstaande nieuwsbericht over.

De Suez crisis van 1956 ;

In 1956 was er een conflict over het bezit en de toegang van het Suezkanaal wat zou leiden tot een oorlog tussen Israël, die daarbij werden gesteund door het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk, en Egypte. Vanwege de Arabisch-Israëlische oorlog van 1956 werd het Suezkanaal afgesloten en zo doende kon er zo goed als geen olie aan het westen worden geleverd. De Nederlandse regering besloot dat er vanaf 25 november 1956 tot en met 20 januari 1957 niet op zondagen gebruik mocht worden gemaakt van een auto of motorfiets.

De olieboycot van 1973

De prijzen van ruwe olie waren al het hele jaar 1973 gestegen. De ellende begon echter pas echt toen Israël op 6 oktober 1973 door Egypte, Syrië, Algerije, Irak, Koeweit, Libië, Marokko, Saoedi-Arabië, Soedan en Tunesië werd aangevallen. Het was het begin van de Jom Kipoeroorlog. De Verenigde Staten en veel andere westerse landen, waaronder ook Nederland, steunden Israël onvoorwaardelijk. De Arabische landen draaiden als reactie de oliekraan dicht voor zowel de Verenigde Staten als Nederland. Nu had de Verenigde Staten haar eigen oliewinning als back-up maar in Nederland zaten we behoorlijk met de gebakken peren.

Wordt vervolgd...

De Panorama van 16-01-1941

1946 en autovrije zondagen

Gasballon op een auto , 1941