Recente artikel(s)

Het was het Financiële Dagblad die Henk Ymker opzocht in 2019 om een artikel te schrijven.

 Het Financieel Dagblad plaatste in mei 2019 naar aanleiding van de verschijning van het boek boven een twee pagina’s beslaand artikel de kop ‘De Elon Musk van Steenwijkerwold’. Redacteur energie Carel Grol raakte gefascineerd door een gebeurtenis van meer dan 30.000 dagen of ruim 1000 maanden geleden.

Waarvan de impact nog steeds bestaat. Want Wardenier stond toen als
eenvoudig en onervaren ‘uitvinder’ toch maar heel professioneel
Overheidsfunctionarissen én mediavertegenwoordigers te woord. Hij droeg
maatpakken, had een privésecretaris, reed – we hebben het over het jaar 1934
- rond in dure auto’s en rookte dikke sigaren. Was hij dan toch een gewiekste
Zakenman in spe? Dat zal altijd wel een raadsel blijven……

-------------------------------------------------------------------------------------------------

De ’wondermotor’ van Wardenier ;

In november 2019 was het 85 jaar geleden dat ‘de wondermotor van
Wardenier’ wereldnieuws was en niet alleen in de regio rond Steenwijk en
Wolvega het gesprek van de dag vormde. Er was sprake van een journalistieke
hype op wereldschaal, omdat de 22-jarige Johannes (Jo) Wardenier uit
Steenwijkerwold verkondigde een ’brandstofloze’ motor te hebben
uitgevonden. Volgens de jonge uitvinder zelf zou dit; een grote ommekeer op
motorisch gebied veroorzaken!

Een opzienbarende uitvinding van een fantastisch genie? Of was hij toch een
geniaal fantast? Die vragen komen andermaal aan de orde in het nieuwste boek
’Het mysterie Wardenier’ dat in 2019 is verschenen en waaraan nogal (ook
landelijke) publiciteit is geschonken. Tegelijkertijd reageerde het publiek
enthousiast op een zestal (uitverkochte) opvoeringen van de gelijknamige
musical n theater De Meenthe in Steenwijk. Voor april 2020 staat een vervolg op
het programma in De Steense in Wolvega.

Verder heeft een groot aantal uit het gehele land afkomstige belangstellenden de
expositie bezocht over hetzelfde onderwerp in Het Hoogthij in Steenwijkerwold.
Niet ver verwijderd van de plek er tegenover, waar de in 1960 op 47-jarige
leeftijd overleden Jo Wardenier zou zijn begraven. Zelfs bij zijn uitvaart worden
vraagtekens geplaatst, omdat nergens in documenten een registratie van de
begrafenis is te vinden. ‘En dat gebeurt toch altijd’, verontschuldigde zich al
eerder gemeentelijk grafdelver Henk Vos, die derhalve de plek van de laatste
rustplaats niet kon aangeven. Ook niet nadat hij samen met programmamaakster
Sippie Tigchelaar van Omroep Fryslan nogmaals onderzoek deed. Bovendien
ontbreekt er een zerk.

Inmiddels heeft de 78-jarige Bertus van Drogen uit Steenwijkerwold deze locatie
wél aangegeven. In het boek vertelt hij in juli 1960 het graf te hebben gegraven.
Zoals hij dat als 20-jarige wel vaker deed ’als hulpje’ van zijn vader, die koster was
van de Nederlands Hervormde Kerk en als zodanig tevens de begrafenissen rond
de kerk regelde. Maar of zich in de kist (‘ik heb hem zien zakken in het graf’, aldus
Van Drogen)werkelijk de stoffelijke resten van Jo Wardenier hebben bevonden, is
nog altijd de vraag. ‘Want anders zou zijn naam in de documenten zijn terug te
vinden’, heeft de grafdelfer stellig beweerd. Rond Wardenier zijn nogal wat
complottheorieën verkondigd. En één daarvan is, dat hij na zijn overlijden in het
ziekenhuis van Meppel (niervergiftiging) in Lippenhuizen ter aarde zou zijn
besteld.

Onderzoeker Kees van Dijk uit Sneek: ‘Naar mijn overtuiging moest hij uit de weg worden geruimd. Wardenier wist te veel en mocht niet meer in de samenleving terugkeren.’

De wereld op z’n kop

Jo Wardenier is slechts 47 jaar oud geworden en heeft als 22-jarige inwoner van
de Achterbuurt (nu Witte Paarden) in de voormalige gemeente Steenwijkerwold
de wereld op zijn kop gezet. Zijn ‘uitvinding’ was opzienbarend en de zoon van
een eenvoudige timmerman/keuterboerdomineerde in november 1934 een week
lang het (wereld)nieuws. Hij liet bestuurders, bedrijven, geldschieters, maar
bovenal de gewone - werkloze - man geloven in een wonder.


Nog altijd wordt er- vaak geheimzinnig gesproken over de motor, die zou
worden geproduceerd in een in Wolvega te realiseren fabriekscomplex. Hier
zouden 13.000 personen werkgelegenheid vinden en dat nieuws klonk met name
de vele mensen zonder werk in die (crisis)tijd als muziek in de oren.
Het is allemaal anders gelopen. Wardenier werd op verzoek van de burgemeester
van Weststellingwerf opgenomen in een psychiatrische inrichting. Hij werd daar
echter als normaal beschouwd door de hem behandelende professor, die hem
dan ook prompt weer naar huis stuurde.

Eigenlijk begon toen het mysterie, want thuisgekomen bleek de motor te zijn
verdwenen.Opgehaald door enkele heren, die zeiden namens Johannes te
komen, vertelden zijn ouders later. ‘Zij moeten door Philips zijn gestuurd’,
beweerde Wardenier niet lang voor zijn overlijden.

‘Vreemd’

Er zijn meer vreemde dingen gebeurd rond de persoon van Wardenier, die na
zijn uitvinding nooit meer heeft gewerkt en zich financieel altijd goed heeft
kunnen redden. Tot zijn dood in 1960, die nogal onverwachts kwam. Juist in die
periode werkte Johannes (hersteld van een ernstige tbc-aandoening) aan
rehabilitatie en maakte hij de tekeningen voor de motor opnieuw. Die tekeningen
verdwenen even mysterieus als zoveel andere gebeurtenissen een uiterst
merkwaardig karakter droegen.

In 1974 publiceerde de Zwolse Courant (en andere bladen van de Koninklijke
Tijl) gedurende een tiental weken in feuilleton een reconstructie van dit
‘wonderlijk wereldgebeuren’ en dat heeft een stroom aan reacties losgeweekt.
Tien jaar later kwam het boek ‘Het mysterie Wardenier’ uit. Sindsdien zijn de
Vraagtekens gebleven. Was Jo Wardenier een uitvinder of een oplichter? Een
jaar voor zijn overlijden suggereerde Wardenier zelf de bemoeienissen van
Philips. Medewerkers van Philips zouden hem zelfs aan het eind van de oorlog
uit Duits gevangenschap hebben bevrijd. Dat het hem niet heeft ontbroken aan
financiële middelen om te leven (‘hij kwam met regelmaat bij ons cheques inwisselen’, beweert een ex-employee van het voormalige postkantoor in Steenwijk) heeft uiteraard de geruchtenstroom gevoed, dat er wel degelijk iets aan de hand moet zijn geweest.

Vlak na het verschijnen van de nieuwste versie van het boek heeft oud-
projectleider George Neelen (88) van Philips (hij werkte met Frits Philips aan de
Stirlingmotor) vanaf zijn ziekbed in In de Punt laten weten, dat ‘Philips in 1957
een patent van Wardenier heeft gekocht om er vervolgens niets mee te doen.’
Er moet dus wel degelijks een relatie tussen Philips en Wardenier hebben
bestaan, hoewel dat steeds is ontkend.

---------------------------------------------------------------------------------------------

In 2002 kwam er in het vakblad De Ingenieur ook een artikel waarin een zekere Rene de Rooij zich nogal liet gelden. Bron: Het Technologietijschrift De Ingenieur, nummer 10/11, jaargang 124 van 29 juni 2012 Tekst: ing. Paul Schilperood

De werkelijk geschiedenis van Wardenier wordt momenteel opgetekend door René de Rooij, op basis van jarenlang onderzoek. Het boek van De Rooij en Schilperoord zal voor eens en voor altijd afrekenen met het 'mysterie-Wardenier'.

Het is nu 2019 en bij navraag geeft Rene de Rooij niet thuis zo ook Paul Schilperoord. Ze beloofden ooit om een boek uit te brengen maar helaas waren het fantasie verhalen van beiden ipv Wardenier als fantast te beschuldigen.

https://www.wavy.nl/nederlands/Feiten_over_uitvinding_motor.htm

-------------------------------------------------------------------------------------------

De website van een zekere Dhr Vondel liet ook een leuk artikel zien uit 2018.

http://www.bertvanvondel.nl/mysterie-hysterie/

Halverwege de jaren ’80 was – na 50 jaar – opnieuw belangstelling voor Johannes Wardenier en zijn spraakmakende uitvinding. Een uit het Friese Wolvega stammende twintiger zou een revolutionaire brandstofarme motor hebben ontwikkeld. In rap tempo ging het opzienbarende nieuws de eigen plaats en regio rond, het nieuws uit de lokale media werd al snel nationaal opgepakt om niet veel later wereldwijd rondgebazuind te worden.

De ontwikkelingen volgden elkaar in duizelingwekkend tempo op nadat een lokale wethouder en de burgemeester van Wolvega hun steun hieraan verleend leken te hebben. Zo snel als ze opkwam verdween de euforie, binnen enkele weken waren alle stemmen verstomd en hield elk zich doofstom.

Het verhaal van Wardenier bleef echter in de regio rondzingen. Menigeen was en bleef overtuigd van mening dat het Groot kapitaal, de machtige oliebaronnen, danwel het Eindhovense electronicabedrijf Philips en/of de toenmalige Nederlandse premier de jonge uitvinder een hak had gezet. De ster van Wardenier verbleekte even snel als hij opgekomen was, eindigde hij kort in een Groninger psychiatrische kliniek en werd rondom zijn persoon een schimmige mythologische deken gewikkeld.

------------------------------------------------------------------------------------------