De Sovjet Unie was tussen 1945-1960 volledig afgesloten. Het was Lenin die werd 'aanbeden' en ook tot 1953 de meest brute dictator Jozef Stalin. In 1983 bezocht ik de USSR per auto vanuit Friesland.

Vanwege de goede luchtkwaliteit ontstonden er in het Gooi meerdere sanatoria. Laren was er een van. Johannes Wardenier lag hier van 1945-1951. Hij ontsprong de dans(de dood) en kon zelfs sigaren roken op zijn kamer. In datzelfde Laren was ook een concentratie kamp waar de zogenaamde 'fouten in erbarmelijke omstandigheden 'leefden'

Nederland had honderd concentratie kampen waar de rechten van de mens ernstig werden geschonden. Marteling, verkrachting, geweld, moord en uithongering waren dagelijkse kost vooral tussen 1945-1951. Nederland maakte zich schuldig aan ernstige misbruik tegen de mensheid, vooral tegen hun eigen burgers in die tijd.

De wantoestanden door onze zogenaamde 'bevrijders' werden lang onder het tapijt geveegd.

Deze moeilijke jaren

Nederland als agressor en bezetter tussen 1945-1949

Deze moeilijke jaren tussen 1945-1960 was niet alleen van toepassing voor Johannes Wardenier. De Duitse bezetting was afgelopen want Duitsland was verslagen. Een zeer koude periode volgde tussen 1945-1950 waarin Prins Bernhard en zijn binnenlandse zogenaamde 'troepen ongeregeld zooitje' voor veel ellende zorgde. Door de toegelaten 'wraak acties' werden duizenden mensen in kampen geplaatst en wreed behandelt . Het waren nu Nederlandse concentratie kampen nog wreder dan de Duitse...Er waren door heel Nederland tientallen internerings- kampen, zeer primitief beheerd.

Ook was Nederland onder leiding van het toenmalige Koningshuis actief om de overzee gebieden te behouden.De jaren 1945-1949 staan helemaal in het teken van de Indonesische kwestie. Direct na de Japanse capitulatie roepen Soekarno en zijn nationalistische medestanders de onafhankelijke Republiek Indonesië uit. Nederland erkent de Republiek niet en zet alles op alles om Nederlands-Indië te behouden. Het parlement en het overgrote deel van de bevolking steunt het kabinetsbeleid. Perioden van diplomatie en onderhandeling wisselen af met perioden van strijd.

De Nederlandse regering heeft na de Tweede Wereldoorlog ernstige schendingen van mensenrechten in Nederlandse gevangenissen genegeerd. Wraaklust bleef onbestraft.

Burgermeester Van Banning van Gennep bewaarde zijn kostbaarheden in een dichtgemetselde kelder. Sieraden, antieke kandelaars, een met diamanten bezette broche, tafelzilver. In het laatste oorlogsjaar werd het allemaal geroofd. De daders, die nooit werden gepakt, waren waarschijnlijk Britse militairen.

De burgemeester was lang niet het enige slachtoffer van plunderende bevrijders. In een tentoonstelling in het Vrijheidsmuseum in Groesbeek en in een nieuw boek, Bezet, bevrijd en geplunderd, wordt voor het eerst breed aandacht besteed aan de kwestie.

"Het past niet in het bestaande beeld van 'onze helden', onze heroïsche bevrijders. Maar de tijd is er rijp voor", stelt onderzoeker Paul Klinkenberg. "Dit is de zwarte kant van de bevrijding, die jarenlang onder het kleed van dankbaarheid is weggemoffeld."

Klinkenberg achterhaalde dat alleen al de inwoners van Nijmegen zo'n 1700 claims indienden wegens plundering of vernielingen. Legio voorbeelden komen voorbij in het boek: het tafelzilver van een hotel in Berg en Dal, miljoenen aan effecten uit een bankkluis, wijn, port, champagne en cognac van een handelaar ter waarde van 79.701,28 gulden. "Het was gigantisch. Bijna alle brandkasten en banken in de regio Nijmegen zijn geplunderd."

Frontstemming .Zo divers als de buit was waren ook de redenen om te plunderen. Soms was het noodzaak: deuren werden opgestookt, vee verorberd, meubels gebruikt in schuttersputjes. Maar militairen joegen ook op oorlogstrofeeën of voor eigen gewin. Of voor de lol.

"Het hielp de soldaten om de miserabele omstandigheden wat te verlichten. Het was een vorm van entertainment, zoals vandalisme nu. Die jonge soldaten vonden bovendien dat ze recht hebben op de buit: zij hadden hun leven in de waagschaal gesteld."

Een frontstemming, vat Klinkenberg het samen. In het boek wordt een brief aangehaald van een berouwvolle Canadese militair, die uitlegt hoe de moraal afkalft door de strijd. "Als ons doel is elkaar te doden worden andere aspecten van beschaafd gedrag ook terzijde geschoven, ondanks de militaire discipline."

„Er is niets gedaan om deze misdaden te voorkomen”, aldus journalist Koos Groen (1942). „De schuldigen aan deze wantoestanden zijn nooit vervolgd. De rechtstaat gold na de bevrijding niet voor de politieke tegenstanders.”

Groen schreef een boek van 700 pagina’s over de vervolging van collaborateurs en verraders na de Tweede Wereldoorlog. Hij beschrijft een zwarte periode uit de naoorlogse geschiedenis. De journalist publiceerde twee keer eerder over de berechting van collaborateurs in Nederland. In het boek ’Fout en niet goed’ staan veel nieuwe gegevens, omdat Groen voor het eerst toegang kreeg tot dossiers in het Nationaal Archief. Eén bron bleef gesloten: premier Balkenende weigerde toestemming tot inzage in enkele gevoelige dossiers over de zuivering tussen 1945 en 1948.

-----------------------------------------------------------------------------------Na 1945 werden er 150.000 politieke tegenstanders opgesloten in kampen en gevangenissen. Uit de documenten blijkt dat NSB-aanhangers daar stelselmatig werden uitgehongerd en mishandeld. Onder de gevangenen waren ook baby’s, vrouwen, kinderen en bejaarden. Het merendeel had geen misdaden begaan, ze waren vastgezet omdat ze een andere politieke overtuiging hadden dan de rest van de Nederlanders. „Domweg omdat ze NSB-aanhangers waren, moesten ze boeten.”

De naoorlogse rechtsongelijkheid en de schendingen van mensenrechten zijn voor Groen onverteerbaar. „De rechtstaat is er niet alleen voor aardige mensen”, schrijft hij op één van de eerste pagina’s van zijn boek.

Dhr. Groen becijfert dat er tussen de 1200 en 1500 personen in Nederland tijdens detentie zijn overleden: door zelfmoord, door uithongering, door ziekte of door mishandeling. In een justitierapport uit 1951 wordt gesteld dat er tot 1950 in de kampen 577 politieke delinquenten zijn overleden. Dat aantal was veel hoger, aldus Groen.

Hij beschrijft onder meer wantoestanden in de Scheveningse strafgevangenis. De strafinrichting werd in mei 1945 door een Canadese sergeant gevorderd en omgedoopt in King’s Prison. De toenmalige directeur werd naar huis gestuurd.

In de gevangenis werden ongeveer 750 Duitse en Nederlandse collaborateurs opgesloten. Een klein aantal leden van het voormalig verzet heeft er ongehinderd terreur uitgeoefend op de gevangenen. Ze werden bestolen, zwaar mishandeld en seksueel vernederd, onder meer tijdens feesten die de bewakers aanrichtten.

De regering in ballingschap had besloten dat er tegen wraakacties op landverraders niet zou worden opgetreden. „Het was een ingecalculeerde uitlaatklep”, schrijft Groen. In die houding heeft de overheid tot ver na de oorlog volhard.

Groen vindt het onbegrijpelijk dat de geschiedschrijvers van de Tweede Wereldoorlog, Lou de Jong en anderen, de naoorlogse bijzondere rechtspleging geslaagd hebben genoemd. „De overheid is na de bevrijding op buitengewoon ernstige manier tekortgeschoten, ze is zelfs voor een zeer belangrijk deel medeschuldig aan het onrecht. Personen als een Prins Bernhard(zelf ooit lid van de NSDAP)hebben zich vreselijk misgedragen onder zijn Koninklijke functie, het kon allemaal, want kritiek bestond even niet.

Het recht is welbewust opzij gezet om hogere belangen te dienen.”

Johannes Wardenier lag in een luxe sanatorium te Laren, in het duurste deel van Nederland. Hij werd, behandelt voor zijn verwondingen, maar ook later voor TBC. 

Zo ver ik het begreep, lag hij jaren daar deels in het gips zelfs. Hij werd bezocht door politie, maar ook door Hoge Heren van die tijd. Enigen die Wardenier herkenden zagen dat hij overbeladen werd met dure cadeaus. Johannes mocht als enige sigaren roken op de kamer. Ondanks zijn kritieke gezondheid waande hij zich redelijk vrij. Eind 1948 werd hij van oorlogshandelingen vrijgesproken door het Buitengewone Rechtbank te Arnhem. Tien duizenden kregen dit soort heksenjacht processen aan de broek.

Johannes was ook even lid geweest van de NSB in 1940, wat op zich niets bijzonder was voor een toendertijd werkeloze uitvinder. Door 'wraak acties' werd hij wel ondervraagt, maar bleef een veroordeling uit, hij werd aldus vrij gesproken op alle punten. Ook gezien de 'Hogere Belangen'? Wie zal het zeggen. Hadden ze Wardenier nodig gezien de cadeaus en bezoeken aan hem? Denk het wel....

------------------------------------------------------------------------------------------------

Terug naar onze erbarmelijke en schaamteloze periode tussen 1945 en 1951:

Voor velen begon in 1945 pas de oorlog in Nederland. Buiten gesloten, uitgesloten en uitgescholden. De mensen die zogenaamd 'fout 'waren volgens Prins Bernhard, onze ongekroonde Koning, die zelf lid was van de NSDAP , SS (bewezen lidmaatschap)en een corrupte oplichter(trouwde met Juliana alleen om haar macht en geld)

Onze concentratie kampen waar gemarteld, verkracht en gedood werd; 

Friesland : 

Kamp Barka te Harlingen, 1945-1950
Gevangenis Crack-State te Heerenveen, 1946-1948
Kamp Ericadorp te Leeuwarden, 1946-1950
Huis van Bewaring te Leeuwarden, 1946-1951
Noodziekenhuis te Leeuwarden, 1947-1951
De Gevangenis te Sneek, 1946-1951
Kamp Sondel te Sondel, 1946-1951
Kamp Sparjebird te Hemrik, 1946-1951
Kamp Wierda te Wolvega, 1946-1948
Kamp Ybenheer en kamp Oranje te Fochteloo. Ybenheer (of Ybenhaer) heeft tijdens de Tweede Wereldoorlog als werkkamp voor joden gediend. Na de bevrijding werd het gebruikt als strafkamp voor NSB-ers en omgedoopt tot kamp Oranje.
Kamp It Petgat te Blesdijke, 1946

Overijssel ;

Kamp Acaciaplein te Almelo, 1945-1950
Huis van Bewaring te Almelo, 1947
Kamp Beenderribben te Steenwijkerwold, 1947-1951
Kamp De Eese te Steenwijkerwold, 1947-1951
Kamp Beugelen te Staphorst, 1946-1951
Kamp De Conrad te Rouveen, 1945-…
Kamp Erika te Ommen, 1946-1951
Kamp ‘t Weversnest te Ommen, 1947
Generaal J.B. van Heutsz Kazerne te Kampen, 1945-1950
Kamp Hessum te Dalfsen, 1947-1951
Kamp De Molengoot te Collendoorn, 1945-…
Huis van Bewaring te Zwolle, 1947
Vliegveld Twente te Enschede, 1946-1951
Kamp Beenderribben te Scheerwolde

Johannes Wardenier lag in Laren sigaren te roken, Noord Holland . Daar lag ook het concentratie Kamp Crailoo te Laren, 1946-1951 waar zogenaamde 'fouten' werden vast gehouden. 

Bedrijven als Philips en Shell hadden hier geen last van en vooral Philips ging snel weer verder om de uitvindingen om te zetten in producten. Enigen bij Philips moesten het veld ruimen, maar de top mensen van voor de bezetting, tijdens en erna hadden geen enkel probleem te vrezen door onze toenmalige overheid. Het belang was de opbouw en niemand kon zonder de groten der aarde. 

Het waren hachelijke tijden waarin Nederland zich schuldig maakte aan het ernstig schendingen van mensenrechten ook in onze koloniën als Indonesië.

--------------------------------------------------------------------

Ook de opkomst van het communisme in vele landen was ' bedreigend' voor Nederland en haar Koningshuis bondgenoten. De adel werd om zeep geholpen in Oost Europese landen en moesten vaak vluchten. Hun bezittingen ging naar de communistische regeringen. Ook in West-Europa en West Duitsland werd de adel behoorlijk monddood gemaakt. Hun invloed werd behoorlijk beperkt en de arbeiders werden mondiger gemaakt door vakbewegingen en opgang economie na 1960.

Dat maakte Johannes Wardenier niet meer mee , hij kon zich redelijk redden maar een vetpot was zijn leven zeker niet. De verhalen dat hij tot aan zijn dood een riant leventje leidde, een mooie auto reed en de beste sigaren rookte lijkt mij niet gegrond. Wel kreeg hij kleine toelages en zakgeld.

Ook Johannes had het van 1945-1960 niet bepaalt de luxe van een erkend ' uitvinder' . Hij overleefde zijn lichamelijke klachten tussen 1945-1955 amper en was daarna , zeker tot 1957 niet echt in beeld voor het publiek. De periode van 1945-1948 was zelfs erg onzeker voor Johannes die te maken had met onderzoeken tegen zijn persoon. Uiteindelijk lieten ze hem gaan......en werd hij ook niet meer als een actief 'gevaar' voor de Staat en haar nieuwe belangen bezien. Nederland was door het verlies van Java en andere delen overze behoorlijk leeg geraakt in haar inkomsten.

Johannes Wardenier moest ook maar zien te overleven tussen 'wal en schip' in die tijden.

Dat veranderde na 1957 tot zijn dood plots kwam in 1960. Hij kwam weer met berichten dat zijn motor er toch eens ging komen.....tot het noodlot in 1960 toesloeg. Een meer dan waarschijnlijke vergiftiging door de geheime dienst ingezet werd zijn lot....een medisch dossier(ziekenhuis te Meppel) dat werd vernietigd en een lijk dat nergens is te vinden....

Het Mysterie Wardenier !

 

 

 

 

Westerbork Kamp in 1946, een concentratie kamp waar gemarteld werd door de Nederlandse overheid.

De grote misdadiger, Jozef Stalin, afgebeeld in Georgia(USSR), 1958