Auto rijden op gebakken lucht !

Een leuk artikel vond ik recent van een zekere ' John' . Van tijd tot tijd is het goed om ook artikelen te publiceren die niets met het onderzoek te doen hebben maar wel een bijdrage leveren aan de discussie betreffende Het Mysterie Wardenier.

Een brandstofvrije motor: De ultieme droom voor het milieu, de nachtmerrie voor iedere staatskas.

Vandaag 81 jaar geleden, op 2 november 1934, publiceerde Het Nieuwsblad van Friesland een artikel over uitvinder Johannes Wardenier uit Wolvega, die een motor zou hebben ontwikkeld die zonder brandstof kon rijden. Binnen enkele dagen stond Wolvega op de wereldkaart, stegen de grondprijzen in het Friese en gingen de olieprijzen wereldwijd onderuit.

Brandstofvrije motor
Het probleem lijkt van alle tijden: waar halen we voldoende energie vandaan om al onze gemotoriseerde speeltjes op te laten draaien? Al sinds mensenheugenis halen we het uit de grond. Maar al die fossiele brandstoffen gaan sneller uit de grond, dan dat zich in de grond weer nieuwe vormen. Kortom: vroeg of laat raakt ’t op, en dus zoeken we naar alternatieven. Wind, zon, kernenergie, witte steenkool, noem maar op. 
De gedroomde oplossing zou natuurlijk zijn: een motor die überhaupt geen brandstof nodig heeft. En als je denkt dat zo’n oplossing wellicht in een verre toekomst zal liggen kan ik zeggen: “Kijk eens in de geschiedenis, want misschien ligt de oplossing wel in het verleden.

Johannes Wardenier
Eenentachtig jaar geleden, in 1934, liep er in het Friese Wolvega namelijk iemand rond die meende een motor te hebben uitgevonden die letterlijk op lucht kon rijden. Het kostte hem slechts enkele dagen om heel Friesland en de rest van de wereld daarvan te overtuigen. De uitvinder van deze revolutionaire motor was de toen 21-jarige Johannes Wardenier. In april 1934 was hij langsgegaan bij wethouder Muurling van de gemeente Weststellingwerf met het verhaal dat hij na zes jaar experimenteren in het schuurtje achter zijn ouderlijk huis een motor had ontwikkeld die geen brandstof nodig had. Een werkend prototype zou al klaar zijn, en Wardenier kon zelfs correspondentie overleggen met een octrooibureau en vertelde ook meerdere investeerders te hebben gevonden.

Eind aan werkloosheid
Dit alles gaf wethouder Muurling zoveel vertrouwen dat hij eind september 1934 Johannes Wardenier voorstelde aan de burgemeester van Wolvega, mr. E.N.W. Maas, die op zijn beurt ook de gemeenteraad achter zich kreeg om achter de plannen van Wardenier te gaan staan. De gemeente besloot dan ook om grond beschikbaar te stellen voor de bouw van een fabriek voor deze ‘gedroomde’ motoren. Deze fabriek zou werk gaan bieden aan maar liefst 13.000 werknemers, waarmee meteen een einde zou komen aan de werkloosheid in Friesland. Wolverga beloofde het Eindhoven van het noorden te worden.

Persconferentie
Op donderdagmiddag 1 november 1934 gaven uitvinder, burgemeester en wethouder een persconferentie waar het sensationele nieuws wereldkundig werd gemaakt. Wardeniers kondigde daar aan dat hij omstreeks 1 januari een demonstratie zou geven een auto, die met zijn brandstofvrije motor was uitgerust. Op het werkingsprincipe was volgens Wardenier al in diverse landen octrooi verleend en onderhandelingen over het in de handel brengen zouden al in een vergevorderd stadium zijn. Om de uitvinding verder wereldkundig te maken zou een speciaal gemaakte bus worden uitgerust met deze motor, waarmee ver volgens door heel Europa zou worden getoerd zonder ook maar 1 keer brandstof in tanken.

Friese Edison
De dag na de persconferentie, op 2 november 1934, brachten alle media, met Het Nieuwsblad van Friesland voorop, het nieuws uit Wolverga. Amerikaanse dagbladen schreven over Wardeniers ‘powerful automobile motor’ en Franse tijdschriften noemden hem 'de Friese Edison’. Wardenier ontving dagelijks zulke grote stapels brieven en telegrammen met gelukwensen dat hij zelfs een persoonlijk secretaris moest aanstellen.

Voor gek verklaard
Toch zou de brandstofvrije auto er nooit komen. Op 8 november 1934 werd Jo Wardenier bij burgemeester Maas geroepen. Daar verklaarde hij dat hij nooit contact had gehad met de Octrooiraad in Den Haag en dat de motor ook nooit 'met succes’ had proefgedraaid. Wel beweerde Wardenier dat hij de motor bijna bedrijfsklaar had. Daarbij liep de spanning zo hoog op dat Burgemeester Maas de ‘uitvinder’ voor gek verklaarde. Diezelfde avond werd Wardenier per auto overgebracht naar de zenuwinrichting van professor Van der Scheer in het Academisch Ziekenhuis van Groningen. Na een opname van 8 dagen verklaarde deze hem echter “normaal” en stuurde Wardenier weer naar huis.

Motor verdwenen
Bij thuiskomst hoorde Wardenier dat zijn motor was verdwenen, volgens zijn ouders opgehaald door “enkele heren”. De motor is nooit teruggevonden. Wie die enkele heren waren? Wellicht dezelfde heren die Wardenier op die avond van de 8e november naar de kliniek hadden gebracht en waarover Wardenier in 1956 zou zeggen: “In een auto van Philips en met mensen van Philips werd ik naar de kliniek gebracht.”

Afgekocht door Philips?
Over in hoeverre Philips achter de opname van Wardenier en de verdwijning van de motor heeft gezeten is nooit bekend geworden. Een feit is wel dat Wardenier vanaf het moment van zijn ontslag uit de kliniek een luxe leven leidde, dure kostuums droeg, in een auto rondreed, sigaren rookte, volop rondjes gaf in de plaatselijke kroeg en alle boodschappen en materialen voor nieuwe experimenten contant betaalde. Waarvan? Dat was onduidelijk, omdat hij officieel werkloos was. Het vermoeden bestond dan ook dat er een geheime overeenkomst lag tussen Philips en Wardenier. Dat vermoeden werd nog een versterkt door het feit dat Wardenier, nadat hij in de oorlog door de Duitsers was gearresteerd, op initiatief van Frits Philips uit de Duitse gevangenis werd bevrijd, en vervolgens werd verpleegd in een duur kuuroord.

Philips zelf heeft altijd alle betrokkenheid bij de affaire Wardenier ontkend. In de zeventiger jaren heeft de persdienst van Philips wel toegegeven dat het bedrijf Wardenier inderdaad uit een Duitse gevangenis heeft gehaald. Volgens hen een ‘onwaarschijnlijke toevalstreffer’.

Na-oorlogse tekeningen
Na de Tweede Wereldoorlog heeft Wardenier nog diverse tekeningen en beschrijvingen van de brandstofloze motor geproduceerd. Verschillende mensen uit zijn omgeving hebben verklaard deze tekeningen te hebben gezien. Na Wardeniers dood op 27 juni 1960, zijn deze tekeningen echter verdwenen nadat bij Bouke Brink, de beheerder van Wardeniers nalatenschap, was ingebroken. Het vermoeden dat deze tekeningen ergens in de kluis bij Philips terechtgekomen zijn werd in de tachtiger jaren gevoed door het feit dat Frits Philips zich persoonlijk inzette voor de bouw van een fabriek voor Stirling-motoren, een motor de werkte op… lucht. Ook die fabriek is er echter nooit gekomen.